Een marktgerichte benadering voor het groene onderwijs

Advies over de voorwaarden voor verdere ontwikkeling van het groene onderwijs

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft de Raad voor het Landelijk Gebied advies gevraagd over het groene onderwijs, met name over de aansluiting bij de arbeidsmarktvraag en over de wenselijke opstelling ten aanzien van samenwerking binnen het eigen domein dan wel verbreding buiten het eigen domein.

Het groene onderwijs heeft volgens de raad meer ruimte nodig om aan de vraag naar beroepskrachten voor het landelijk gebied te kunnen voldoen. Nieuwe opleidingen zijn nodig omdat het werk binnen agro-industrie, landbouw en natuur steeds complexer wordt. Ook ontstaan in de groene sector steeds meer andere vormen van werkgelegenheid zoals logistiek, ketenbeheer en zorg.

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft de Raad voor het Landelijk Gebied advies gevraagd over het groene onderwijs, met name over de aansluiting bij de arbeidsmarktvraag en over de wenselijke opstelling ten aanzien van samenwerking binnen het eigen domein dan wel verbreding buiten het eigen domein.

Het groene onderwijs heeft volgens de raad meer ruimte nodig om aan de vraag naar beroepskrachten voor het landelijk gebied te kunnen voldoen. Nieuwe opleidingen zijn nodig omdat het werk binnen agro-industrie, landbouw en natuur steeds complexer wordt. Ook ontstaan in de groene sector steeds meer andere vormen van werkgelegenheid zoals logistiek, ketenbeheer en zorg. Het groene onderwijs loopt bij het ontwikkelen van nieuwe opleidingen aan tegen een verouderde rolverdeling tussen de groene onderwijsinstellingen en de overige onderwijsinstellingen. Groene onderwijsinstellingen mogen op grond van de huidige Wet Educatie en Beroepsonderwijs alleen opleidingen verzorgen voor het domein 'landbouw en natuurlijke omgeving'. De raad adviseert de ministers van LNV en OCW de groene onderwijsinstellingen in staat te stellen álle benodigde soorten opleidingen te geven. Door het wettelijk en financieel onderscheid tussen groene en andere onderwijsinstellingen ten aanzien van de rolverdeling te laten vervallen, kunnen de instellingen zich voluit ontplooien en ontstaan vrije concurrentieverhoudingen tussen beide typen instellingen. Daarbij is een keuze voor het aangaan van samenwerkingsverbanden binnen dan wel buiten het domein, aan de instellingen zelf.

Versterking van de binding tussen onderwijs en bedrijfsleven is nodig, onder meer door de praktijkleerbedrijven verder te professionaliseren. De aansluiting tussen vmbo, mbo, hbo dient verder ontwikkeld te worden. De inzet van persoonsgebonden budgetten (verbonden aan leerlingen en studenten) kan de onderwijsvraag sturend maken voor het aanbod aan opleidingen. Voor het groene mbo zijn lectoren én een adequate lerarenopleiding nodig. Initiatieven binnen groene onderwijsinstellingen zoals de 'kenniscoöperatie' dienen ook ten goede te komen aan groene opleidingen binnen andere onderwijsinstellingen. Door innovaties op bovengenoemde terreinen actief te stimuleren stelt het ministerie van LNV het groene onderwijs in staat zijn belangrijke rol te vervullen. Daarmee kan LNV invulling geven aan de beoogde beleidsverschuiving van 'zorgen voor' naar 'zorgen dat'.

Het advies ‘Een marktgerichte benadering voor het groene onderwijs’ is de minister in december 2004 toegezonden, een formele reactie wordt begin 2005 verwacht.