De wintersterfte 2004-2005 van grote grazers in de Oostvaardersplassen

Briefadvies van 14 juni 2005 van de Raad van Dierenaangelegenheden en de Raad van het Landelijk Gebied

De Vaste Commissie voor LNV heeft de minister van Landbouw, Natuur en Visserij gevraagd om in samenwerking met de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) een evaluatie op te stellen van de situatie in de afgelopen winter met betrekking tot de edelherten, runderen en paarden in de Oostvaardersplassen. Aanleiding vormde de optredende wintersterfte van 2004 na een kortdurende koude- en sneeuwperiode in begin maart.

Foto van een vos die de overblijfselen van een dier opeet
Foto Martijn de Jonge

Beide raden hebben delegaties gemandateerd tot het opstellen van dit gezamenlijke advies dat op 14 juni 2005 werd uitgebracht. De belangrijkste aanbevelingen zijn:

  1. ten principale te accepteren dat ecologisch beheer leidt tot perioden van verminderd welzijn en sterfte van grote grazers;
  2. het gevoerde beheer te optimaliseren door aanscherping van het 'predatormodel' (dat wil zeggen het afschieten van dieren zodra uit de vermindering van conditie blijkt dat de dieren de winter niet zullen overleven) en door toevoeging van extra oppervlak (toegang tot Hollandse Hout, Kotterbos, verbinding met de Veluwe) aan het nu beschikbaar gebied teneinde het lijden tot een minimum terug te brengen;
  3. de burger vertrouwd te maken met deze vorm van beheer.

De Vaste Commissie voor LNV heeft de minister van Landbouw, Natuur en Visserij de Raad voor het Landelijk Gebied gevraagd om in samenwerking met de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) een evaluatie op te stellen van de situatie in de afgelopen winter met betrekking tot de edelherten, runderen en paarden in de Oostvaardersplassen. Aanleiding vormde de optredende wintersterfte van 2004 na een kortdurende koude- en sneeuwperiode in begin maart. Beide raden hebben delegaties gemandateerd tot het opstellen van dit gezamenlijke advies ‘De Wintersterfte 2004-2005 van grote grazers in de Oostervaardersplassen’ dat op 14 juni 2005 werd uitgebracht.

De belangrijkste aanbevelingen zijn:

  • ten principale te accepteren dat ecologisch beheer leidt tot perioden van verminderd welzijn en sterfte van grote grazers;
  • het gevoerde beheer te optimaliseren door aanscherping van het 'predatormodel' (dat wil zeggen het afschieten van dieren zodra uit de vermindering van conditie blijkt dat de dieren de winter niet zullen overleven) en door toevoeging van extra oppervlak (toegang tot Hollandse Hout, Kotterbos, verbinding met de Veluwe) aan het nu beschikbaar gebied teneinde het lijden tot een minimum terug te brengen;
  • de burger vertrouwd te maken met deze vorm van beheer.

De raden bereikten onderling geen overeenstemming over het onderwerp 'geboortebeperking'. De RDA bepleitte onderzoek naar deze beheersmaatregel die kan bijdragen tot vermindering van het aantal dieren, de RLG wees deze beheersmaatregel principieel af als strijdig met de uitgangspunten van zo natuurlijk mogelijk beheer.

Op 18 augustus 2005 bracht de RDA daarom een nieuw zelfstandig advies uit waarbij afschot in de zomer, het tijdelijk inscharen van landbouwvee als beheersmaatregel en exploitatie van grazers voor vleesproductie centraal staan. Dit was voor de Raad voor het Landelijk Gebied geen aanleiding om zijn aandeel in het gezamenlijke advies van 14 juni te herzien. Daarmee zou een verworvenheid van het advies, de afweging van de belangen van ecologisch beheer en van dierenwelzijn, verloren gaan.

Reactie en doorwerking

Het advies werd op 14 juni in verband met de geplande behandeling van de evaluatie op 22 juni 2005 (uiteindelijk verschoven naar 8 september 2005) door de minister aan de Tweede Kamer aangeboden. In de aanbiedingsbrief sloot de minister zich aan bij het gezamenlijk advies en kondigde aan de mogelijkheden te bestuderen om de benodigde financiering voor aankoop van gronden versneld beschikbaar te stellen. De minister verzocht ook Staatsbosbeheer om verdere uitwerking te geven aan het advies om het gevoerde beheer te optimaliseren door aanscherping van het 'predatormodel' en hierbij gebruik te maken van de aanbevelingen van de raden. Het draagvlak in de samenleving wilde de minister verder vergroten door voorlichting over het gevoerde beheer.
Over het onderwerp 'geboortebeperking' stelde de minister dat geboortebeperking als beheersmaatregel ingaat tegen het principe van natuurlijke selectie en daardoor verstorend werkt op de natuurlijke ontwikkeling van de populatie. De minister zal 'dan ook zeker niet lichtvaardig tot deze maatregel overgaan'. Bij de behandeling van het advies op 8 september in de Tweede Kamer constateerde de minister dat 'de Nederlandse adviezen niet erg duidelijk zijn en dat de Kamer sterk verdeeld is' en nam de suggestie van de Kamer over om een bindend advies te vragen aan internationale deskundigen. Dit advies wordt in 2006 verwacht.