Energie van eigen bodem

Advies over regionale kansen voor biomassa

Het ministerie van LNV heeft de Raad voor het Landelijk Gebied advies gevraagd over de kansen en bedreigingen van biomassa voor de agrosector op regionaal niveau. Biomassa staat de laatste tijd veel in de belangstelling. Vooral de discussie rondom biobrandstoffen en dilemma’s zoals ‘voedsel versus energie’ trekt veel aandacht.

De raad pleit in zijn advies ‘Energie van eigen bodem’ voor nuancering in het debat door niet alles op één hoop te gooien. De raad heeft gekeken naar de mogelijkheden voor energie uit biomassa van het landelijk gebied in Nederland en ziet daarbij goede kansen, waarbij duurzaamheid een cruciale factor is. Bij duurzame energievoorziening gaat het niet om maximalisering van de inzet van biomassa, maar om een duurzame energiehuishouding. Daarbij spelen ook andere energiebronnen een rol, evenals energiebesparing. Voor een ingrijpende verandering is het belangrijk dat partijen initiatieven nemen en daarin gesteund worden door politiek en maatschappij met een gunstig innovatieklimaat. Dat geldt ook voor kleinschalige initiatieven. De kansen verschillen per regio. Voorbeelden zijn; warmte en gas op basis van mest en reststromen, innovatieve projecten rondom biobrandstoffen en projecten die niet alleen energie opleveren maar ook bijdragen aan natuur of waterzuivering.

Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft de Raad voor het Landelijk Gebied gevraagd advies uit te brengen over de kansen en bedreigingen van energie uit biomassa van het Nederlandse landelijk gebied.

In zijn advies 'Energie van eigen bodem' onderschrijft de raad de stelling van de Algemene Energie Raad dat biomassa in potentie een van de belangrijke vormen van duurzame energie is die tezamen met andere opties nodig is voor de transitie naar een duurzame energiehuishouding. Een bijdrage van energie uit biomassa aan de Nederlandse energiebehoefte, afkomstig van biomassa van het Nederlandse landelijk gebied van ca. tien procent in 2030 is volgens de raad een ambitieus maar haalbaar streven en vormt een substantiële bijdrage.

De raad is ten aanzien van het landelijk gebied voorstander van dynamiek en ontwikkeling van kwaliteit. Het maatschappelijk debat rondom biomassa spitst zich toe op importen. Net als bij importen is ook voor biomassa van het Nederlandse landelijk gebied duurzaamheid een cruciale factor. De raad onderschrijft de duurzaamheidcriteria in het toetsingskader van de Commissie Cramer. Deze zijn in Nederland meestal in wetgeving verankerd. Voor de Nederlandse situatie zijn bovendien de landschappelijke kwaliteit, veiligheid en logistiek en transport (ruimtelijke planning van vraag en aanbod van energie) van belang.

De raad constateert dat kritiek op grootschalige energieteelten in derde landen zijn weerslag heeft op de waardering van energietoepassingen van biomassa uit het Nederlandse landelijk gebied door partijen die ontwikkelingen mogelijk moeten maken. Politieke en maatschappelijke steun is, ook voor kleinschalige projecten, van groot belang om daadwerkelijk van de grond te kunnen komen. Om de mogelijkheden van energie uit biomassa uit het landelijk gebied verder te verkennen en te benutten doet de raad de volgende aanbevelingen: Focus op een duurzame energiehuishouding, stel randvoorwaarden, maar wees flexibel in de route en schep een goede leeromgeving. Een Duurzame Energie Netwerk (DEN) tussen overheden (Rijk en provincies) om knelpunten op te lossen en publieke belangen te borgen, is volgens de raad zinvol.

Bij de totstandkoming van het advies heeft de raad diverse conferenties en bijeenkomsten over biomassa bijgewoond, oriënterende gesprekken gevoerd, gastsprekers uitgenodigd, bijgedragen aan de discussie in EEAC-verband, een Charette-bijeenkomst en een discussiebijeenkomst georganiseerd. De werkzaamheden zijn afgestemd met de Algemene Energieraad en de Raad voor de Wadden. In het kader van dit advies hebben studenten van Van Hall-Larenstein hun 'minor ontwikkelingsplanologie' over biomassaverwerking in Drenthe uitgevoerd.

Reactie

Minister Verburg heeft op 5 juni 2008 het advies in ontvangst genomen en daarbij aangegeven dat ze ambitieus met biomassa om wil gaan.