Ruimte geven, ruimte nemen

Voorstellen ter verbetering van de uitvoering van het ruimtelijk beleid

Dit advies is gericht op de uitvoering van het ruimtelijk beleid. De slogan ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’ laat onvoldoende tot uiting komen dat er bij de uitvoering van het ruimtelijke beleid sprake is van een gedeelde verantwoordelijkheid voor overheden, markt en samenleving. Het is onvoldoende duidelijk wat men van elkaar mag en moet verwachten. De raad adviseert deze duidelijkheid te geven.

De VROM-raad geeft daartoe twee aansporingen. ‘Decentraal wat kan’ betekent: ruimte geven! Duidelijk moet zijn welke ruimte de decentrale overheden krijgen, wat er van hen verwacht wordt en hoe het Rijk hen daarbij faciliteert. Ook moet duidelijk zijn welke zaken centraal geregeld worden. Dit noemt de raad in dit advies: ruimte nemen!

Neem onzekerheden weg

Ruimtelijke plannen komen niet of laat ten uitvoer. Wat er wel wordt gerealiseerd heeft vaak niet de gewenste kwaliteit. In de afgelopen periode is een nieuwe Nota Ruimte opgesteld met een nieuwe verdeling van verantwoordelijkheden. Met nieuwe wettelijke instrumenten moet het ruimtelijk beleid sneller en beter kunnen worden uitgevoerd. De VROM-raad pleit met het advies ‘Ruimte geven, ruimte nemen’, uitgebracht in maart 2006’ voor een grotere daadkracht bij de uitvoering van het ruimtelijk beleid.

Sturing is in de Nota Ruimte uitgewerkt aan de hand van de slogan ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’. Hiermee is nog niet duidelijk wat men van elkaar mag of moet verwachten. De raad meent dat de Minister daar meer duidelijkheid over moet geven. ‘Decentraal wat kan’ betekent: ruimte geven! Duidelijk moet zijn welke ruimte de partijen krijgen, wat er van hen wordt verwacht en hoe het Rijk hen daarbij helpt. Tegelijkertijd moet duidelijk zijn welke ruimte het Rijk hierbij zelf inneemt. ‘Centraal wat moet’ betekent: ruimte nemen! Welke zaken worden centraal geregeld? Wat staat er op de nationale ruimtelijke agenda en waar geeft het Rijk geld aan uit?

Geef duidelijkheid over de rijksagenda

Minister van VROM geef meer duidelijkheid over de rijksagenda voor het fysieke leefmilieu. Voeg daar ook langetermijnvraagstukken aan toe en organiseer hier interdepartementaal commitment voor. Dit betreft onder meer vraagstukken die grens- en sectoroverschrijdend zijn, zoals klimaatverandering, zeespiegelstijging, waterberging, de congestie in de Randstad, het Groene Hart, grootschalige stedelijke ontwikkelingen, bescherming en ontwikkeling van landschappen. Definieer de nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur uit de Nota Ruimte en geef aan welke verantwoordelijkheid het Rijk hierin neemt. Leg ook uit op welke wijze de kwaliteitsborging feitelijk geregeld wordt.

Neem de regie

Er worden nieuwe Europese en sectorale regels ontwikkeld die de uitvoering van ruimtelijke projecten onnodig belemmeren. Daarom moet de minister van VROM in relatie tot Europa en tot de andere departementen haar regierol versterken als het gaat om regelgeving die de ruimtelijke ordening beïnvloedt. Dit betekent herstel van de bovensectorale ruimtelijke afweging.

Vinger aan de pols

Het is erg belangrijk dat de minister van VROM de ontwikkeling van de nieuwe ‘checks and balances’ bewaakt en deze waar nodig versterkt, bijvoorbeeld met instrumenten uit het bedrijfsleven, zoals ‘naming and shaming’, het actief terugvorderen van subsidies en monitoring (onder andere met de Monitor Plancapaciteit).

Bewaak de lange termijn

Decentrale overheden en marktpartijen neigen tot kortetermijndenken en zijn gevoelig voor conjuncturele schommelingen. In de samenwerking met deze partijen heeft het Rijk de bijzondere verantwoordelijkheid voor het volgen en agenderen van langetermijnvraagstukken.

Minister: zorg dat anderen hun taken kunnen waarmaken en decentrale overheden, verbeter uw uitvoeringspraktijk

De decentrale overheden moeten kunnen beschikken over voldoende instrumenten en middelen. Anders kunnen ze hun nieuwe taken in de uitvoering niet oppakken. Het gaat hierbij ook om het bevorderen van de kwaliteit van het lokaal en regionaal bestuur en het ambtelijk apparaat. Marktpartijen geven aan dat bij overheden vaak vergeefs gezocht wordt naar deskundigen. De overheid dient te investeren in haar eigen inhoudelijke en procesexpertise.

Trek samen op

De onderlinge afhankelijkheden tussen overheid, markt en maatschappelijke organisaties zullen steeds sterker toenemen. Het is daarom noodzakelijk dat relaties actief worden onderhouden. De raad vindt het daarom van belang dat de minister van VROM actief naar buiten treedt, partijen aanspreekt op hun verantwoordelijkheden en waar nodig met raad en daad de helpende hand biedt. De slogan ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’ geeft onvoldoende aan dat de uitvoering van het ruimtelijke beleid een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle partijen is.

Publiciteit, reacties en doorwerking

Bij de aanbieding van het advies heeft de minister van VROM aangegeven het advies en de timing ervan te waarderen. In de kabinetsreactie van 11 juli 2006 is dit bevestigd: “De aanbevelingen van de VROM-raad zijn een welkome steun in de rug bij de acties die ik heb ingezet en nog ga inzetten om daadkrachtige uitvoering te geven aan het nieuwe ruimtelijk beleid”. In de brief noemt de Minister voorbeelden van deze acties. Belangrijk resultaat is dat de aanbevelingen van de VROM-raad gebruikt zijn in de geactualiseerde Uitvoeringsagenda Nota Ruimte 2006-2008. Ook heeft een werkgroep, bestaande uit medewerkers van VNG, IPO en VROM, bij de uitwerking van het bestuurlijk afsprakenkader (‘Nota Ruimte: Ieder zijn rol’) expliciet aandacht besteed aan de aanbevelingen uit het VROM-raadadvies.

In de vakpers is op bescheiden wijze aandacht geweest voor het advies, onder andere in ROM, Cobouw en de IKCRO-Nieuwsflits. In de reacties wordt de analyse van de VROM-raad grotendeels gedeeld. Via diverse presentaties bij onder andere NEPROM, het departement van VROM en de Provincie Noord-Brabant is het gedachtegoed van dit advies verder verspreid. Hans van der Cammen constateert in ROMdat de VROM-raad diverse vluchtroutes blokkeert om problemen in de uitvoering via nieuw beleid op te willen lossen: “O zo gemakkelijk schieten we bij een tegenvallende implementatie terug in de groef van beleidsontwikkeling”.