Realisatie advies 'Recht op groen'

Briefadvies

De betekenis en het maatschappelijk rendement van groen in de openbare ruimte wordt nog niet voldoende erkend volgens de Raad voor het Landelijk Gebied. Door de overheid wordt onvoldoende geïnvesteerd in de beschikbaarheid en bereikbaarheid van groen. Steden worden helemaal volgebouwd zonder ruimte te reserveren voor groen. De raad doet deze uitspraken in een advies aan de ministers van LNV en VROM over de realisatie van ‘Recht op groen'.

De Raad voor het Landelijk Gebied maakt zich in zijn advies ‘Recht op groen’ (juni 2005) zorgen over de groene kwaliteit van de openbare ruimte. De raad stelt in zijn advies dat groene kwaliteit wezenlijk is voor leefbaarheid, gezondheid, economie en biodiversiteit. Deze functies van groen worden nog onvoldoende onderkend. Met groen kunnen doelstellingen uit meerdere beleidsvelden gelijktijdig worden vervuld, wat leidt tot lagere maatschappelijke kosten. Daarom deed de raad de aanbeveling aan departementen, provincies, gemeenten, projectontwikkelaars, burgers en ondernemers om de eigen werkwijze kritisch te bekijken. Bij de aanbieding van het advies ‘Recht op groen’ in juni 2005 werd afgesproken met de minister dat de raad de ontwikkelingen naar aanleiding van het advies zou volgen en rapporteren aan de minister. Daarbij heeft de raad aangegeven in de tweede helft van dat jaar met de diverse belanghebbenden de mogelijkheden tot het implementeren van het advies te bespreken. De resultaten van deze consultatie heeft de raad gepresenteerd op de bestuurdersconferentie 'Steden en Rijk: groene partners' op 1 februari 2006. In juni 2006 volgde het briefadvies met verdere aanbevelingen voor de realisatie van het advies 'Recht op groen'.

In het briefadvies ‘Realisatie advies ‘Recht op groen’’ staan de vele functies van groen (kwaliteit openbare ruimte, leefbaarheid, gezondheid, economie en biodiversiteit) centraal. Eén van de belangrijkste aanbevelingen uit dit briefadvies is dat er een betere afstemming moet plaatsvinden tussen de betrokken ministeries (LNV, VROM, VWS, en ook BZ en EZ), maar ook met de lagere overheden zoals provincies, regio’s en gemeenten. Meer kennis over de maatschappelijke kosten en baten van groen is daarbij belangrijk. Bij uitvoering van beleid moet niet alleen naar de grote gemeenten worden gekeken, maar moeten ook middelen beschikbaar komen voor kleinere gemeenten.
Een belangrijke conclusie is dat vrijwel al het resterend bouwoppervlak wordt bestemd voor woningbouw. Van de beschikbare 7562 hectare bouwgrond is 68% (5145 hectare) bestemd voor woningbouw, en minder dan 2% (136 hectare) gereserveerd voor groen in de stad. Terwijl er berekend is dat 2888 hectare nodig is voor voldoende groen in de stad.

Reactie

De conclusies en aanbevelingen van de raad werden breed (h)erkend. Landelijke dagbladen, landelijke en regionale radio en TV, Internet, vakbladen besteden veel aandacht aan het advies, maar de raad ontving ook veel reacties van particulieren.