LPG en propaan

Opslag en gebruik. Advies over PGS 16 t/m 24

De Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen wordt beheerd door de Ministeries van BZK, SZW en VenW, onder leiding van het Ministerie van VROM. Het is een reeks van technische stofspecifieke documenten en achtergronddocumenten met rekenvoorschriften. De richtlijnen worden gebruikt bij vergunningverlening en handhaving. De Adviesraad Gevaarlijke Stoffen beoordeelde op verzoek van de regering stofspecifieke delen uit de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen die betrekking hebben op toepassingen van LPG/propaan. Dit betreft de PGS-delen 16 tot en met 24.

De Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen wordt beheerd door de Ministeries van BZK, SZW en VenW, onder leiding van het Ministerie van VROM. Het is een reeks van technische stofspecifieke documenten en achtergronddocumenten met rekenvoorschriften. De richtlijnen worden gebruikt bij vergunningverlening en handhaving. De Adviesraad Gevaarlijke Stoffen beoordeelde op verzoek van de regering stofspecifieke delen uit de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen die betrekking hebben op toepassingen van LPG/propaan. Dit betreft de PGS-delen 16 tot en met 24.

De Raad toetste hoe de borging van de veiligheidsaspecten bij opslag en gebruik van LPG/propaan in de PGS-delen zich verhoudt met de borging in de vigerende wet- en regelgeving, normen en standaarden. Daarbij onderscheidt de Raad drie aandachtsgebieden die van belang zijn voor de veiligheid. Het betreft de technische integriteit, de bedrijfsvoering en de ruimtelijke context.

Bij het beoordelen van de richtlijnen over LPG en propaan heeft de Raad de actieve medewerking van deskundigen in de commissie en van een bredere vertegenwoordiging van deskundigen in de klankbordgroep gekregen. Daarmee is de deskundigheid vanuit bedrijven, kennisinstituten en overheid gemobiliseerd. De Raad vervulde hierbij een brugfunctie tussen beleid, praktijk en wetenschap.

Regelgeving voor het veilig omgaan met LPG/propaan blijft relevant. De productie en ook een groot deel van het verbruik vindt plaats bij enkele grote LPG/propaaninstallaties (raffinaderijen, LPG-terminals en petrochemische bedrijven). Daarnaast is er een scala aan toepassingen bij midden- en kleinverbruikers. Bovendien is er een belangrijke transportstroom, zowel voor gebruik in Nederland als voor doorvoer naar andere landen. Het aantal toepassingen voor LPG/propaan en ook de omvang is in Nederland in de afgelopen jaren verder uitgebreid.

De Raad concludeert dat de PGS-delen in veiligheidskundig opzicht niet meer voldoen. Veel van de voorschriften in de huidige PGS-delen voor LPG/propaan betreffen aspecten die inmiddels zijn geregeld in wet- en regelgeving of in nationale en internationale normen. Dit leidt enerzijds tot een overlap die in de praktijk eenvoudig tot tegenstrijdigheden en daardoor tot knelpunten in de handhaving kan leiden.
Anderzijds ontbreken er in de PGS-delen thans belangrijke veiligheidsaspecten die wel in de wet- en regelgeving of in nationale en internationale normen zijn geregeld.
Ook ontbreekt verwijzing naar de voor veiligheid essentiële integrale benadering van systematische risicobeoordeling en veiligheidsbeheersing.

Op basis van de analyse uit dit advies beveelt de Raad aan de delen van de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen die betrekking hebben op LPG en propaan - de PGS-delen 16 tot en met 24 - te vervangen door een document met het karakter van een overzichtsdocument.

De Raad adviseert in dit overzichtsdocument de relevante wet- en regelgeving, daaruit afgeleide normen, standaarden en praktijkrichtlijnen te noemen. Het is van belang een dergelijk overzichtsdocument regelmatig te actualiseren, zowel wat betreft wetgeving als wat betreft technische en wetenschappelijke inzichten die zijn vastgelegd in normen en standaarden.

Tot slot acht de Raad het wenselijk naar analogie van dit overzichtsdocument de AMvB's aan te passen, die gekoppeld zijn aan artikel 8.40 en 8.44 van de Wet milieubeheer en die betrekking hebben op opslag en gebruik van LPG/propaan.

Het genoemde overzichtsdocument kan worden gebruikt ten behoeve van vergunningverlening en handhaving. De voor veiligheid verantwoordelijken (eigenaren en beheerders van installaties en werkgevers) kunnen aan de hand van het genoemde overzichtsdocument zorgen dat voldaan wordt aan de eisen en invulling geven aan de technische en organisatorische maatregelen binnen de in het document gegeven randvoorwaarden die de overheid stelt. Hiermee kan bovendien de benodigde kennis over de effectiviteit van maatregelen worden gemobiliseerd.