Groeten uit Holland

Advies over vrije tijd, toerisme en ruimtelijke kwaliteit

De VROM-raad is ervan overtuigd dat de ruimtelijke kwaliteit van de Nederlandse stedelijke en landelijke gebieden in de 21e eeuw ingrijpend zal veranderen onder invloed van de mondiale markt van vrije tijd en toerisme. Tegelijkertijd vormt een goede ruimtelijke kwaliteit van de Nederlandse landschappen en steden in toenemende mate een harde voorwaarde om aan de toegenomen concurrentie om bedrijvigheid en koopkracht op regionaal en mondiaal niveau het hoofd te kunnen bieden. Hier bieden vrije tijd en toerisme nieuwe kansen, als economische drager én als inspiratiebron van ruimtelijke kwaliteit.

In dit advies formuleert de VROM-raad in een werkend perspectief hoe die kansen benut kunnen worden. Het gaat om een andere denkwijze (van vrije tijd en toerisme als bedreiger van ruimtelijke kwaliteit naar drager van ruimtelijke kwaliteit en van sectoren naar clusters en ketens); een andere aanpak (van nationale naar regionale focus en van aanbod- naar vraaggericht) en andere rollen (van passief naar actief, van overheid en markt naar vormen van coproductie en maatschappelijk ondernemen). Dit advies vindt zijn ratio in de constatering dat de benadering van vrije tijd en toerisme in ons land niet meer aansluit bij de plaats en betekenis van het cluster in de internationale economische concurrentie. Omliggende landen zijn ons voorgegaan in de vormgeving van een nieuwe benadering. Nu is Nederland aan de beurt!

Vrije tijd en toerisme zijn een substantieel onderdeel geworden van de economie en dat aandeel kan aanzienlijk groeien. Ze hebben daarbij net als andere economische krachten een toenemende invloed op onze ruimte. Tegelijk geldt dat investeren in de ruimtelijke kwaliteit van een gebied een essentiële voorwaarde is om de mondiale concurrentie het hoofd te kunnen bieden. Soms verbeteren aanbieders van vrije tijd en toerisme de ruimtelijke kwaliteit. Vaak ook zorgen vrije tijd en toerisme voor ‘verrommeling’, ‘verwinkeling’ van plekken. De vraag is of Nederland in dit toenemend ‘geweld’ overeind blijft. Dit vraagt om een robuuste verandering in de sfeer van productontwikkeling. Met het advies ‘Groeten uit Holland’ schetst VROM-raad daarvoor een perspectief. Kunnen we erin slagen onze steden en ons platteland ook in de 21e eeuw attractief te laten zijn? Met louter een ‘verleuking’ van ons land komen we er niet. Er is meer nodig. Veel meer. Daarvoor doet de raad de volgende aanbevelingen.

Vrije tijd en toerisme moeten ruimtelijke kwaliteit gaan dragen

Ondernemers en overheden moeten vrije tijd en toerisme niet langer zien als bedreigend consumentisme maar als een inspirerende producent. De Nederlandse samenleving kan aanzienlijk baat hebben van dit cluster in termen van werkgelegenheid, inkomen en een betere concurrentiepositie. De raad pleit voor het combineren van vrije tijd en toerisme met de grote overheidsopgaven deze eeuw: het op orde brengen van de waterhuishouding, het wegwerken van het woningtekort, het behoud van het culturele erfgoed, de bevordering van de kenniseconomie, de verbinding van nu nog afzonderlijke natuurgebieden en, niet in de laatste plaats, de vormgeving van de toenemende overgangszones tussen stad en platteland.

Regionale verhalen en nieuwe vraaggestuurde allianties zijn nodig

In Toscane wordt al jaren met succes geïnvesteerd in het totale culturele erfgoed en landschap van de streek. Dit advies bepleit ook overal in Nederland de ontwikkeling van samenhangende, regionale (beeld)verhalen als basis voor vrije tijd en toerisme. Beelden en verhalen die een gebied identiteit geven. Op zichzelf staande voorzieningen en gebeurtenissen in de streek krijgen er meer betekenis en diepgang door. Ergo: bezoekers tonen eerder interesse. Aanpakkende ondernemers moeten daarbij vraaggestuurde allianties sluiten en gezamenlijke nieuwe producten aanbieden. Toeristen en recreanten kiezen immers niet meer voor geïsoleerde activiteiten maar voor combinaties ervan. Een natuurgebied of museum vormen evenzeer onderdeel van een weekendtrip als hotel of nabij gelegen winkelcentrum. Ondernemers kunnen daarop inspelen met een compleet aanbod van vervoer, verblijf en vermaak afgestemd op de kwaliteiten in dat gebied.

Ondernemers: innoveer

De VROM-raad doet een appel aan ondernemers en hun belangenorganisaties om daadkrachtig medeverantwoordelijkheid te nemen voor de kwaliteit van de eigen, regionale omgeving. Willen alle aanbieders van vrijetijdsvoorzieningen met de tijd meegaan, en willen zij een prominentere rol spelen als inspirator en bron van ruimtelijke en economische ontwikkelingen, dan zijn veranderingen in cultuur en organisatie hard nodig. Een andere rol dus. Denk aan het verlevendigen van plekken met veel kantoren en vervoer met uitnodigende sport en entertainmentcomplexen en het vormgeven van aantrekkelijke woonwerkmilieus. Of denk aan meer aandacht voor de senioren-, zorg- of kenniseconomie.

Overheden: stimuleer, benoem één programmaminster

Aan overheden de taak om die veelbelovende vrijetijds- en toeristenvoorzieningen – al dan niet in publiek-privaat verband – mogelijk te maken. Met voor iedere overheid een eigen taak.

  • De rijksoverheid moet nationale kaders scheppen en de versnipperde aandacht bundelen. Zes ministeries hebben nu met vrije tijd en toerisme van doen. De VROM-raad stelt voor een interdepartementaal programmaoverleg te starten onder (agenderende) verantwoordelijkheid van één minister of staatssecretaris, bijvoorbeeld onder te brengen bij het ministerie van VROM. Dit programmaoverleg kan het innoverend vermogen versterken via bijvoorbeeld een innovatieagenda of het inrichten van een kennisatelier.
  • Provincies moeten een grote faciliterende rol spelen in het gebiedsgericht ‘schakelen’ tussen toerisme, recreatie, cultuur, media, sport, natuur, landbouw, kenniseconomie en zorg. Een pro-actieve rol tussen gemeenten en tussen stad en land. Een hulpmiddel kan de oprichting van functionele uitvoeringsorganen zijn in de vorm van regionale omgevingsschappen met praktische gebiedsgrenzen.
  • Gemeenten moeten actiever gebruik maken van beschikbare instrumenten ten aanzien van investeringsfondsen, gemeenschappelijke regelingen, grondbeleid en de toeristenbelasting. Zonder overleg met regionale allianties van ondernemers en semipublieke organisaties komt er niets tot stand.

Publiciteit, reacties en doorwerking

Het advies is op 2 november 2006 aangeboden aan de bewindslieden en gepresenteerd aan de vakwereld. Bij deze bijeenkomst waren zo’n honderd vertegenwoordigers van een breed scala aan organisaties en overheden aanwezig. De lijn van het advies werd onderschreven. Tevens toonden belangrijke partijen uit het veld (zoals Recron, ANWB, NBTC, NOC*NSF, Innovatienetwerk, PTR, TCN PP) zich bereid om te investeren in de verdere uitwerking van de lijn van het advies. Het Plaform Toerisme en Recreatie heeft positief op het advies gereageerd en deze reactie op 13 februari 2007 gestuurd naar de minister van VROM.

Om de aanbevelingen te concretiseren heeft de raad met provinciale en lokale bestuurders en met stakeholders uit regio’s waar zich momenteel veelbelovende ontwikkelingen voordoen, tijdens een bijeenkomst in maart 2007 van gedachten gewisseld over de ervaringen met integrale gebiedsontwikkeling en de rol van het cluster vrije tijd en toerisme in relatie met ruimtelijke kwaliteit. Aan de hand van deze gedachtewisseling is de raad gekomen tot een eerste operationalisering van het advies in de vorm van een manifest. Dit manifest verwoordt hoe ondernemers het advies tot uitvoering kunnen gaan brengen en wat zij daarvoor nodig hebben van de overheid. Dit manifest is aangeboden aan de minister van VROM en haar betrokken collega-bewindslieden van EZ, LNV en VWS. Naast het manifest zal de VROM-raad samen met het Innovatienetwerk in 2007 een boekje uitbrengen met ‘best practices’.

Publicaties

De dagbladen besteden weinig aandacht aan het advies. Wel verschijnen er veel artikelen in de vakbladen.

Bijeenkomsten

Onder andere op de Nederlands-Vlaamse Vrijetijdsstudiedag op 12 april 2007, Ruimte voor Vrije tijd wordt aandacht besteed aan het advies.

Kabinetsreactie

De kabinetsreactie wordt in de loop van 2007 verwacht.