Milieu en Economie

Ontkoppeling door innovatie

Hoewel het Nederlandse milieubeleid de afgelopen 10 tot 15 jaar succesvol was, is het niet gelukt om voor alle milieuproblemen de koppeling tussen economische groei en milieudruk te doorbreken. Er resteert een aantal hardnekkige milieuproblemen waarvoor nog geen absolute ontkoppeling in zicht is. Dit was voor de VROM-raad een reden om in het werkprogramma voor 2002 een advies over ‘Milieu en Economie’ op te nemen.

Met dit advies wil de raad bouwstenen aanleveren voor een strategie gericht op absolute ontkoppeling. Daarbij bouwt de raad voort op beleidslijnen uit de Nota Milieu en Economie (1997) en het Vierde Nationale Milieubeleidsplan (NMP4, 2001).

Aanleiding

De raad heeft op eigen initiatief het advies ‘Milieu en Economie: Ontkoppeling door Innovatie’ uitgebracht en op 2 december 2002 aangeboden aan de minister van VROM. In het advies wordt een strategie gepresenteerd voor het wegnemen van de spanning tussen milieu en economie. Het advies bouwt voort op de lijn van het ‘Vierde Nationale Milieubeleidsplan (NMP4)’ waarin over dit thema twee zaken centraal staan: de internalisering van de milieukosten en het veranderingsproces, waarvoor het concept transitiebeleid is geïntroduceerd. Een concretisering ontbreekt echter in het ‘NMP4’.Met het advies wil de raad hieraan een bijdrage leveren door een realistische ontkoppelingsstrategie aan te dragen die op een breed draagvlak in de samenleving kan rekenen. Het accent in dit advies ligt op ontkoppeling van economische groei en emissies, met name CO2-emissies. Hier is volgens de raad ontkoppeling noodzakelijk maar deze is problematisch.

Kern van het advies

Het Nederlandse milieubeleid was de afgelopen jaren succesvol maar het nadert nu zijn uiterste houdbaarheidsdatum. Voor enkele hardnekkige milieuproblemen zoals het broeikasprobleem blijkt de traditionele aanpak niet te werken. Ondanks het feit dat Nederlanders dit soort problemen wel ernstig vinden, zijn ze maar tot op zekere hoogte bereid daar wat aan te doen. Het mag niet te veel offers vragen. Op economisch terrein is een vergelijkbare ontwikkeling gaande. Het gezond maken van de economie vraagt in deze tijden om meer dan traditionele oplossingen zoals het verhogen van de arbeidsparticipatie en het matigen van lonen. Om uit deze impasse te komen stelt de raad voor om via verschillende wegen sterker in te zetten op innovatie. Een manier om vooral stapsgewijze innovaties uit te lokken is door het beprijzen van het milieu. Voor het realiseren van verdergaande innovaties is ook een structurele verbetering van het Nederlandse innovatieklimaat nodig. Hiermee zijn zowel de economie als het milieu gediend.

Nederlanders over het spanningsveld ‘milieu en economie’

Hoewel zaken als veiligheid en zorg inmiddels boven aan de politieke agenda staan, heeft milieu niet afgedaan. Als Nederlanders moeten kiezen tussen welvaart en milieu, dan zet slechts een kleine groep Nederlanders (8%) welvaart op de eerste plaats. Omgekeerd, legt bijna één derde prioriteit bij milieu. Verreweg de meeste Nederlanders willen echter helemaal niet kiezen tussen welvaart en milieu, ze willen èn-èn. Ze denken of hopen dat nieuwe technologie en slimme oplossingen uitkomst zullen bieden. Dit blijkt uit het opinieonderzoek dat de VROM-raad heeft laten uitvoeren.

Ontkoppelingsstrategie

Nederlanders zeggen het milieu belangrijk te vinden maar tegelijkertijd zijn weinigen bereid om hiervoor veel in te leveren. De raad concludeert dan ook dat we gestuit zijn op de grens van wat de samenleving bereid is te betalen voor een schoner milieu. Om uit deze impasse te komen stelt hij voor om twee routes te bewandelen. De eerste route heeft tot doel om het huidige milieu-instrumentarium doeltreffender en efficiënter te maken. Dit kan volgens de raad nog een forse milieuwinst opleveren. Daarbij ziet de raad een belangrijke rol weggelegd voor marktconforme instrumenten. Ze geven producenten en consumenten meer keuzevrijheid en bovendien prikkelen ze permanent tot innovatie. Ter illustratie doet de raad in zijn advies concrete suggesties voor een herziening van het lastenstelsel op mobiliteit. Ook de invoering van een EU-wijd systeem van verhandelbare CO2-emissierechten is een voorbeeld van beleid gericht op efficiencyverhoging.

De tweede route richt zich op het verbeteren van het algehele innovatieklimaat. Het stimuleren van innovaties moet een van de topprioriteiten van het nieuwe kabinet worden. Niet alleen het milieu maar ook de economie wordt steeds afhankelijker van innovaties. Het is daarom des te zorgelijker dat diverse internationale vergelijkingen laten zien dat het innovatievermogen van de Nederlandse economie afneemt. De raad vindt dat deze ontwikkeling gekeerd moet worden. Dit vereist een langdurig commitment van politiek, overheid, bedrijfsleven, burgers en kennisinstellingen. Naar Fins voorbeeld stelt de raad daarom voor om een toonaangevende denktank op te richten. Deze denktank, die onder leiding van de minister-president staat, zou een omgeving moeten creëren die innovaties uitlokt en stimuleert. Het primaire doel hiervan is het op gang brengen van een economisch ontwikkelingsproces waarin de resterende milieuproblemen worden geadresseerd en de bereikte resultaten worden vastgehouden: duurzame ontwikkeling dus.

Reactie en doorwerking

Hoewel er nog geen formele reactie op het advies is ontvangen, zijn de eerste reacties van de kant van het ministerie van VROM positief. Vanuit het ministerie wordt een interdepartementale bijeenkomst georganiseerd waarin voorgestelde tweesporenbeleid voor ontkoppeling centraal staat.