Vóór het kalf verdronken is…

Advies over de toekomst van de dierhouderij in Nederland

De raad vindt het belangrijk dat er op langere termijn, zo'n twintig jaar, nog een levensvatbare dierhouderij in Nederland zal zijn. Dierhouderij is nu een belangrijke functie in het landelijk gebied: als producent van betrouwbaar voedsel, als beheerder van het typisch Nederlandse cultuurlandschap zoals wij dat kennen en waarderen en als bestaansbasis van boeren. Om een dierhouderij met toekomst op de langere termijn zeker te stellen zal deze ingrijpend moeten veranderen. Dat kan niet aan de marktwerking alleen worden overgelaten.

De Raad voor het Landelijk Gebied vindt het belangrijk dat er op langere termijn, zo'n twintig jaar, nog een levensvatbare dierhouderij in Nederland zal zijn. Dierhouderij is nu een belangrijke functie in het landelijk gebied: als producent van betrouwbaar voedsel, als beheerder van het typisch Nederlandse cultuurlandschap zoals wij dat kennen en waarderen en als bestaansbasis van boeren.

Om een dierhouderij met toekomst op de langere termijn zeker te stellen zal deze ingrijpend moeten veranderen. Dat kan niet aan de marktwerking alleen worden overgelaten. De raad benadrukt de behoefte aan een plan voor omvorming met concrete doelen op alle aspecten: voedselveiligheid, gezondheid en welzijn van de dieren, milieu, landschap en economie. Een langdurige inzet van alle partijen moet verzekerd zijn. Zo'n plan zal ook moeten aangeven wat de verantwoordelijkheden van alle betrokken partijen zijn: van de sector zelf, van de agro-industrie en van de detailhandel, maar ook wat de politiek, en in het bijzonder de minister van LNV, kan en moet bijdragen aan de omvorming van de dierhouderij.

De raad heeft in dit advies bewust geen plan uitgewerkt, maar aangegeven dat er een plan moet komen met de minister van LNV als initiatiefnemer.
Vastgesteld in de junivergadering 2001, het advies ‘Vóór het kalf verdronken is…’ werd openbaar na de aanbieding op 5 september 2001 aan minister Brinkhorst op de boerderij van de familie van Adrichem te Schipluiden.

Beleidsreactie

De reactie van de minister van LNV werd niet in het verslagjaar 2001 ontvangen maar in januari 2002.

De MKZ-crisis en het advies van de denkgroep Wijffels hebben de advisering van de raad over het perspectief van de veehouderij gekruist. De minister merkt het advies aan als waardevol. Wat richting betreft stemt het volgens hem overeen met de visies van de commissie Koopmans en de denkgroep Wijffels. De raad gaat verder dan deze adviezen waar hij ingaat op het veranderingsproces dat in de veehouderij nodig is om te gaan voldoen aan maatschappelijke randvoorwaarden voor een duurzame veehouderij (ecologie, economie en normen en waarden). De minister geeft aan dat de aanbevelingen over het veranderingsproces worden benut in het werkprogramma voor de implementatie van het advies van de denkgroep Wijffels. Zelf kondigt de minister actie aan met betrekking tot dierenwelzijn, diergezondheid, extensivering, ruimtelijke ordening en plattelandsontwikkeling. Het veranderingsproces van de veehouderij en andere partijen in de ketens plaatst de minister in het kader van de werkplannen van andere partijen die hij wil ondersteunen. Impliciet wijst hij hiermee de regierol voor het veranderingsproces af. Het advies legde de verantwoordelijkheid voor het bij elkaar brengen van partijen, het ontwikkelen van een gezamenlijk plan met een procesontwerp en de voortgang ervan juist bij de minister.