Mondiale duurzaamheid en de ecologische voetafdruk

Bij brief van 23 december 1998 heeft de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de VROM-raad advies gevraagd over de 'ecologische voetafdruk'. In dit advies wordt niet slechts ingegaan op de bruikbaarheid van de ecologische voetafdruk als indicator voor ecologische duurzaamheid, maar vooral op de wijze waarop Nederland kan bijdragen aan het naderbij brengen van mondiale duurzaamheid.

In het werkprogramma 1998 heeft de VROM-raad aangegeven het internationale milieubeleid te beschouwen als een belangrijk thema. De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer heeft in zijn brief over de ‘adviesvoornemens’ voor 1999 aangegeven dat de Raad om advies zal worden gevraagd over het internationale milieubeleid, meer specifiek de eventuele vertaling van de ontkoppeling tussen economische activiteit en milieubelasting naar het mondiale kader. Op 23 december 1998 vroeg de Minister conform dit voornemen de Raad het advies over mondiaal milieubeleid te richten op de zogeheten ‘ecologische voetafdruk’.

Voor dit advies ‘Mondiale duurzaamheid en ecologische voetafdruk’ heeft de Raad op 15 juli 1999 een rondetafelgesprek georganiseerd.

Op 3 september 1999 bracht de Raad zijn advies uit, met de volgende hoofdlijn.
Het Nederlandse milieubeleid moet zich niet alleen richten op de milieueffecten van onze productie- en consumptiestructuur in eigen land, maar ook rekening houden met de milieudruk in het buitenland. Dit zou ook voor andere landen moeten gelden.
Alleen zo kunnen mondiale milieuvoorraden duurzaam worden beheerd.

Gebruik de ecologische voetafdruk niet als beleidsinstrument voor duurzaamheid maar bevorder zelfregulering van het persoonlijke milieugedrag

De ecologische voetafdruk geeft aan hoeveel hectaren vruchtbare grond en water denkbeeldig gebruikt worden voor onze consumptie. Een aantal burgers gebruikt de voetafdruk om na te denken over het eigen consumptiegedrag. Vanwege de vele bezwaren die tegen de voetafdruk als duurzaamheidsindicator zijn aan te voeren, is deze indicator onvoldoende geschikt om beleid mee te sturen. Daarvoor zijn onderliggende getallen en gegevens nodig.

Sluit bij internationale samenwerking aan bij onze handelsrelaties

Nederland zou zijn ontwikkelingssamenwerking mede moeten richten op landen waar negatieve milieueffecten optreden door export naar of investeringen vanuit Nederland, of waar een gebied of object van mondiale betekenis bedreigd wordt. Hiervoor bestaan diverse mogelijkheden zoals technologieoverdracht, het sluiten van milieukostendekkende handelscontracten, ‘debt-fornature swaps’ en het instellen van milieu-investeringsfondsen.

Bewaak de Nederlandse geloofwaardigheid

Nederland moet zijn ‘eigen’ milieuvoorraden van mondiale betekenis, waaronder de Waddenzee, zorgvuldig beheren. Alle voor de natuur mogelijk schadelijke activiteiten moeten derhalve zorgvuldig worden beoordeeld. Daarnaast dienen de Nederlandse standpunten in internationale gremia consequent te passen bij het streven naar duurzame ontwikkeling.

Voorkom dat concurrentie ten koste gaat van het milieu

Nederland moet zich ervoor inzetten dat de Wereldhandelsorganisatie de consequenties aanvaardt van internationale milieuverdragen en deze verdragen toepast in de handelsregels. Zo wordt voorkomen dat een slecht milieubeleid de concurrentiepositie verbetert. Nederland moet duurzaamheidsschadelijke subsidies afschaffen en bevorderen dat dit elders ook gebeurt. Uiteindelijk moeten de milieukosten consequent en volledig tot uitdrukking worden gebracht in de prijzen op de wereldmarkt.

Stimuleer onderzoek naar milieu-effecten van handel en investeringen in het buitenland

De milieugevolgen in het buitenland als gevolg van onze consumptie en via handel en investeringen moeten nader onderzocht worden. Nederland moet bij krediet- en garantieverlening met publieke middelen de richtlijnen voor kredietverlening van de Wereldbank toepassen en projecten daar achteraf op toetsen.

Stimuleer de product- en procesvernieuwing

De Nederlandse overheid moet ontwikkeling en toepassing van technologie met een netto lagere mondiale milieubelasting bevorderen. In eigen land moet zij daartoe allerlei belemmeringen voor productverbetering wegnemen, onder andere door minder regels te stellen. Financiële steun moet zij verlenen aan fundamentele innovaties. Investeringen hierin kunnen grote betekenis hebben voor het milieu, maar verdienen zich pas na lange tijd terug. Derhalve is een rol voor de overheid weggelegd.

Deze inspanningen moeten waar mogelijk internationaal worden gecoördineerd, bijvoorbeeld door afspraken van grote multinationals met een groep landen.

Bevorder milieusparend gedrag

De overheid moet waar mogelijk belemmeringen wegnemen voor minder milieubelastende levensstijlen. Door bewustwording en voorbeeldwerking kan op termijn wellicht een belangrijke bijdrage worden geleverd aan het verminderen van de negatieve effecten van onze consumptie.

Versterk de invloed van de consument

Nederland moet zich inzetten voor het versterken van de invloed van consumenten op producenten door hun aankoopgedrag, bijvoorbeeld door een productinformatiesysteem dat de effecten langs de gehele keten kwantificeert, mits uitvoerbaar en effectief. Zo’n systeem kan om te beginnen in Nederland worden ingevoerd, maar zou ook in de Europese richtlijnen een plaats moeten krijgen. Ook moet Nederland zich ervoor inzetten dat het recht op productinformatie over de hele levenscyclus opgenomen wordt in wereldhandelsovereenkomsten.

Ontwikkel indicatoren voor duurzame ontwikkeling

De invloed van onze consumptie op duurzaamheid verdient nader onderzoek, evenals het resultaat van de beleidsinspanningen op dit vlak. Dit vereist het ontwikkelen en toepassen van indicatoren die voor het beleid direct bruikbaar zijn. Zo is het wenselijk indicatoren te ontwikkelen die de Nederlandse invloed weergeven op het gebruik van arealen, bodemvruchtbaarheid, erosie, beschikbaarheid van geschikt water, soortenrijkdom en het vervullen van ecologische functies. Ook zijn beleidsindicatoren nodig die alle emissies in binnen- en buitenland in kaart brengen vanwege de goederen en diensten die wij in Nederland consumeren.

Bevorder de coördinatie van beleid gericht op duurzaamheid

Mondiaal duurzaamheidsbeleid omvat internationale handel, ontwikkelingssamenwerking, arbeidsvoorwaarden, visserij, landbouw, natuur, technologie en milieu. Voorwaarde voor succesvol beleid is een sterkere coördinatie binnen de Nederlandse overheid, zowel van binnenlandse beleidsmaatregelen als bij het in internationaal verband innemen en promoten van standpunten van Nederland.