Grondexploitatieheffing

Op 21 januari 1997 heeft de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de VROM-raad de beleidsnotitie "Grondexploitatie in nieuwe bouwlocaties" toegezonden. De Minister heeft de Raad verzocht uiterlijk eind april zijn visie te geven op de in de notitie gestelde problematiek en de oplossingsrichting die u zich voor ogen stelt. De Raad constateert dat de beleidsnotitie in lijn is met de adviezen die eerder over de grondkostenproblematiek zijn uitgebracht door de Raad voor de Ruimtelijke Ordening en de Raad voor de Volkshuisvesting, waarin de noodzaak van een regeling al aan de orde kwam.

De Raad stemt in met deze adviezen. De Raad ziet de door u voorgestelde grondexploitatieheffing als een belangrijk sturingsinstrument bij de uitvoering van het verstedelijkingsbeleid, met name ook voor de problemen bij het realiseren van de bouwopgave op VINEX-lokaties. De Raad stemt in met de hoofdlijnen van het voorstel uit de beleidsnotitie en pleit voor snelle uitwerking en invoering van het nieuwe instrument. De Raad wijst erop dat overeenstemming bestond in het overleg dat tot nu toe door alle betrokken partijen is gevoerd over het doel van de regeling, namelijk het terugdringen van het zogenoemde free-riders gedrag. In het verlengde hiervan pleit de Raad ervoor dat het subsidiaire karakter van de grondexploitatieheffing in de wettelijke regeling goed tot uitdrukking wordt gebracht. Gemeenten moeten eerst in privaatrechtelijke zin met partijen overeenstemming zien te bereiken, alvorens ze overgaan tot het opleggen van een heffing. Het doel is immers niet de betrokkenheid van meer goedwillende onderhandelingspartners met een heffing te ontmoedigen.

Op 21 januari 1997 zond Minister De Boer van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de VROM-raad de beleidsnotitie ‘Grondexploitatie in nieuwe bouwlocaties’. Zij verzocht de Raad zijn visie te geven op de in deze notitie gestelde problematiek en de oplossingsrichting die de Minister zich voor ogen stelt. Gelet op de nog informele status op dat moment, het karakter van de adviesaanvraag en de beschikbare termijn verkoos de Raad zijn standpunt hierover beknopt te geven. De Raad bracht daarom op 29 april 1997 advies in briefvorm uit, met de volgende kern.
De Raad ziet de voorgestelde grondexploitatieheffing als een belangrijk sturingsinstrument bij de uitvoering van het verstedelijkingsbeleid, met name ook voor de problemen bij het realiseren van de bouwopgave op vinex-locaties. De Raad stemt in met de hoofdlijnen van het voorstel uit de beleidsnotitie en pleit voor snelle uitwerking en invoering van het nieuwe instrument.

Het kabinet heeft een regeling voor grondexploitatie voorbereid en voor advies naar de Raad van State gestuurd. Het advies van de Raad van State is op 10 februari 1998 ontvangen en medio april 1998 is het nader rapport uitgebracht.