Waterstofbeleid

Verwacht eind 2020
Waterstof wordt in een belangrijke rol toegedicht in het energiesysteem van de toekomst. Is dit terecht? Hoe ziet dat er dan uit, wat is daarvoor nodig en welke rol heeft het rijk daarin?
H2- formule met belletjes

Aanleiding en adviesvraag

Waterstof kan op twee manieren een rol spelen in het verduurzamen van de Nederlandse economie: als energiedrager én als grondstof voor industrie. Zowel het klimaatakkoord, het klimaatplan als de toekomstscenario’s van verschillende sectoren dichten waterstof een belangrijke rol toe. Ook internationaal is er veel aandacht voor waterstof, getuige de vele strategieën, visies, rapporten en investeringen van overheden en wereldwijd opererende bedrijven.

De potentie van waterstof is dan ook groot. Waterstof is via elektrolyse grootschalig duurzaam, of groen, op te wekken en ook in de transitiefase kan (blauwe) waterstof door middel van afvang en opslag van CO2 een tussenstap vormen in het verduurzamen van de economie. Het moleculaire karakter van waterstof brengt bovendien verschillende eigenschappen mee waardoor waterstof in bepaalde omstandigheden voordelen kan bieden ten opzichte van andere energiedragers en grondstoffen. Belangrijke voordelen zijn transporteerbaarheid, opslagmogelijkheden en houdbaarheid over langere perioden.

Vanwege de moleculaire eigenschappen, de verschillende productiemogelijkheden en de veelheid aan mogelijke toepassingen wordt waterstof een systeemrol toegedicht binnen het energiesysteem van de toekomst. Het kan de ontbrekende schakel zijn als het gaat om energie op de juiste plek krijgen en als opslag. Strategische vraagstukken komen voort uit de interactie tussen beide.

Op dit moment wordt waterstof in Nederland gewonnen uit aardgas en grootschalig ingezet als grondstof. Vanwege de hogere kosten voor waterstof in verhouding tot elektriciteit en fossiele bronnen wordt waterstof nu nog nauwelijks ingezet als energiedrager. De verwachting is echter dat prijzen gaan dalen en dat waterstof rond 2050 een grote rol speelt in de vier sectoren industrie, energievoorziening, gebouwde omgeving en mobiliteit.

Het advies richt zich op de volgende vraag: Wat is een realistisch perspectief voor waterstof als grondstof en/of als energiedrager in een duurzame Nederlandse economie en wat betekent dat voor de inzet van de rijksoverheid en anderen?

Bijeenkomst: CCU/S en waterstof in Vlaanderen en Nederland in het perspectief van een industriële transitie - 3 september 2020

De Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (Minaraad), Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) en de ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden in België organiseren op donderdag 3 september 2020 samen een evenement over de mogelijkheden voor de technieken en bijhorende infrastructuur aangaande CCU/S (Carbon Capture and Usage / Storage) en waterstof in zowel Vlaanderen als Nederland in het perspectief van een industriële transitie.  Het doel van de bijeenkomst is om een helder beeld te schetsen van de stand van zaken en om dieper in te gaan op de randvoorwaarden, hindernissen en kansen die nodig zijn voor een doordachte en kostenefficiënte realisatie van concrete CCU/S- en waterstofprojecten in Vlaanderen en Nederland – in het kader van koolstofneutraliteit. De focus zal hierbij liggen op de industrie, Vlaams-Nederlandse samenwerking en de ontwikkelingskansen op Europees niveau.

Lees meer over de bijeenkomst, het progrmma en wijze van aanmelden

 

Planning

Het streven is dit advies eind 2020 af te ronden.

Samenstelling raadscommissie

Marjolein Demmers, raadslid en commissievoorzitter
Annemieke Nijhof, raadslid
Mart Lubben, junior-raadslid

Externe commissieleden

Coby van der Linde (directeur Clingendael international energy programme)
Frans Rooijers (directeur CE Delft)
Fred van Beuningen (directeur Clean Tech Delta en managing partner Chrysalix RoboValley Venture Capital)

Informatie of reactie: 

Voor meer informatie over het advies kunt u contact opnemen met Folmer de Haan, projectleider, f.w.dehaan@rli.nl of 06 4615 2496.