Aanleiding en adviesvraag
In ons land, waarin ruimte, natuur en gezondheid onder druk staan, is bescherming van de leefomgeving van groot belang. Met wetten en regels stelt de overheid kaders waarbinnen burgers en bedrijven hun activiteiten in goede balans met de leefomgeving kunnen ontplooien. Toezicht en handhaving bevorderen dat de regels niet alleen op papier bestaan, maar daadwerkelijk worden nageleefd. Toezicht draagt bij aan het voorkomen van schade en het beschermen van wat waardevol is. Het draagt bij aan schone lucht, veilig drinkwater en een gezonde bodem. Voor inwoners betekent dit meer welzijn en veiligheid in hun leefomgeving. Voor bedrijven schept het een eerlijk speelveld dat verantwoordelijkheid beloont. Handhaving stimuleert bewust gedrag en vergroot het vertrouwen in overheid en regelgeving. Zonder toezicht en handhaving verliezen regels hun kracht en ontstaat ruimte voor risico’s en misstanden.
Met de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is het wet- en regelgevend kader voor de leefomgeving flink op de schop gegaan. Veel wetten en regels zijn weliswaar beleidsneutraal omgezet, maar de filosofie is wezenlijk anders dan voorheen. De wet legt de verantwoordelijkheid voor een schone en veilige leefomgeving nadrukkelijker bij de samenleving zelf neer. Vertrouwen in burgers, bedrijven en lokale overheden staat aan de basis van de Omgevingswet. ‘Ja, mits’ is het uitgangspunt om tot een goede balans tussen het ‘benutten’ en het ‘beschermen’ van de leefomgeving te komen.
De Evaluatiecommissie Omgevingswet heeft in haar eerste twee reflectierapporten zorgen geuit over de impact van de wet op toezicht en handhaving. De Evaluatiecommissie stelde de vraag of omgevingsdiensten en andere toezicht- en handhavingsdiensten voldoende zijn toegerust voor de veranderingen onder de Omgevingswet.
De Rli stelt in dit adviestraject de ervaringen uit de praktijk van toezicht en handhaving centraal. Welke gevolgen heeft de Omgevingswet voor toezichthouders en handhavers, voor bevoegde gezagen en voor bedrijven en particulieren? Wat gaat er goed, wat gaat er mis? Hoe kunnen eventuele ongewenste gevolgen worden voorkomen of gerepareerd?
De centrale vraag van het advies luidt:
Wat zijn de gevolgen van de Omgevingswet voor toezicht en handhaving in de praktijk?
Wat is er nodig om eventuele ongewenste gevolgen van de Omgevingswet voor toezicht en handhaving te voorkomen of te repareren?
Wie is daarbij aan zet?
Planning
Publicatie van het advies wordt verwacht in oktober van 2026.
Samenstelling raadscommissie
- Hanna Tolsma, voorzitter raadscommissie en raadslid Rli
- Karin Sluis, raadslid Rli
- Erik Verhoef, raadslid Rli
Extern commissielid:
- Emmy Meijers, oud-raadslid Rli, oud-directeur Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Voor meer informatie over het advies of een reactie kunt u contact opnemen met de projectleider Luc Boot, luc.boot@rli.nl, 06-10577495.