Aanleiding en adviesvraag
De wereldorde wankelt en de tijd dat Europa en Nederland konden uitgaan van overwegend gunstige geopolitieke omstandigheden is voorbij. Er moeten keuzes gemaakt worden om onze welvaart, weerbaarheid en waarden overeind te houden (WRR, 2024). Dit vereist strategische autonomie, het vermogen om als maatschappij eigen beslissingen te nemen zonder (economische) dwang van externe partijen. Recente gebeurtenissen – zoals de Russische inval in Oekraïne, de claims van de Amerikaanse president Trump op Groenland, de ruzie met China over Nexperia en de blokkade van de Straat van Hormuz – tonen onze kwetsbaarheid. Terecht staat strategische autonomie hoog op de Europese en Nederlandse politieke agenda’s.
Het streven naar meer strategische autonomie gaat gepaard met ingrijpende keuzes voor onze economie. De rapporten van Draghi (2024) en Wennink (2026) wijzen op de tanende concurrentiekracht van Europa en Nederland, met een nadruk op het belang van innovatie, productiviteitsverhoging, economische groei en een goed functionerende interne Europese markt. Anderen (TNO, 2025) wijzen op de noodzaak van een heroverweging van grote delen van onze economie en industrie, energie-, IT-infrastructuur, voedselvoorziening en grondstoffengebruik. Onderbelicht blijft dat het streven naar strategische autonomie ook grote gevolgen kan hebben voor onze leefomgeving en het gebruik van onze ruimte. Een goede ruimtelijke ordening en afweging van alle leefomgevingsopgaven is essentieel.
Moet Nederland, bijvoorbeeld, omwille van strategische autonomie (meer) vervuilende en op korte termijn lastig te verduurzamen industrieën toestaan, zoals het recyclen van batterijen of de raffinage van kritieke aardmetalen? Hoe kunnen synergiën tussen strategische autonomie en duurzaamheid worden benut, bijvoorbeeld op het gebied van circulaire economie en duurzame energieopwekking? Hebben we genoeg fysieke ruimte voor strategische autonomie, bijvoorbeeld voor extra datacenters en de daarbij behorende energievraag? En hoe ziet Europese afstemming er precies uit en wat moet de inzet van Nederland zijn?
Dit advies zal dit type afwegingen op het snijvlak van leefomgeving (inclusief ruimtegebruik) en strategische autonomie in beeld brengen, aantonen welke problemen om oplossingen vragen, en handvatten bieden om weloverwogen afwegingen te maken.
De adviesvraag luidt: Wanneer Nederland een rol neemt in een strategisch autonoom Europa, welke consequenties heeft dit dan voor ons ruimtegebruik en onze leefomgeving?
Welke ruimtelijke randvoorwaarden zijn nodig om die afhankelijkheden strategisch te verkleinen (defensief) of te vergroten (offensief)?
Hoe wegen we dat af tegen andere ruimtelijke opgaven en transities in het licht van brede welvaart?
Planning
Publicatie van het advies is voorzien in oktober 2026.
Samenstelling raadscommissie
- Krijn Poppe, voorzitter raadscommissie en raadslid Rli
- Leentje Volker, raadslid Rli
- Marnix Kluiters, junior-raadslid Rli
Extern commissielid:
- Louise van Schaik, hoofd EU & Global affairs Clingendael
Voor meer informatie over het advies of een reactie kunt u contact opnemen met de projectleider Evert Nieuwenhuis, evert.nieuwenhuis@rli.nl, 06-21926501