Vernieuwing omgevingsrecht: maak de ambities waar

Aanleiding en adviesvraag

In het advies ‘Vernieuwing omgevingsrecht: maak de ambities waar’ adviseert de Rli de regering hoe bij de uitwerking van de Omgevingswet in nadere regels en instrumenten de intenties van de stelselherziening van het omgevingsrecht verwezenlijkt kunnen worden. Hoe kan daarbij gezorgd worden voor een goede balans tussen het beschermen van belangen enerzijds en ontwikkelruimte anderzijds?

Aanleg verkeersbrug
Thea van den Heuvel/DAPh/Hollandse Hoogte

Toelichting

Stelselherziening

Het omgevingsbeleid in Nederland wordt gekenmerkt door complexe regelgeving. Er zijn zo’n 40 wetten, 150 Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en honderden ministeriële regelingen voor de fysieke leefomgeving. Het gaat daarbij om veel beleidsterreinen, denk aan ruimtelijke ordening, milieu, verkeer en vervoer, water, energie, natuur, monumentenzorg, bouwregulering en dergelijke. De veelheid en diversiteit van regels waarmee overheden, bedrijven en burgers geconfronteerd worden leidt in de praktijk tot problemen. De regelgeving is volgens de wetgever ondoorzichtig, onvoorspelbaar en stroperig en werkt daardoor kostenverhogend. Het remt gewenste ontwikkelingen en verhindert het bereiken van maatschappelijke doelen. Om aan deze problemen tegemoet te komen heeft de regering een veelomvattende stelselherziening in gang gezet die in 2018 gereed moet zijn. De Omgevingswet, die juli 2015 door de Tweede Kamer is vastgesteld, is een eerste mijlpaal.

Op zoek naar balans

De regering werkt nu aan de uitwerking van de Omgevingswet in vier AMvB’s en een nationale omgevingsvisie. Het Rli-advies geeft aanbevelingen over hoe recht te doen aan de intenties van de stelselherziening (‘eenvoudig en beter’) bij de verschillende keuzes die daarbij worden gemaakt. Wordt voorkomen dat (gedetailleerde) sectorale wensen ten koste gaan van de beoogde integrale afweging, zodat besluiten inderdaad eenvoudig en beter kunnen worden genomen? Lukt het om een goede verhouding te realiseren tussen een ontwikkelingsgerichte benadering en een meer conserverende strategie voor essentiële omgevingskwaliteiten?

Meer zeggenschap voor gemeenten

Het is belangrijk dat gemeenten eenvoudiger en soepeler kunnen besluiten over ruimtelijke projecten. Ze moeten daarom meer ruimte krijgen voor het maken van eigen afwegingen. Dat betekent dat de nadere regels van het Rijk daadwerkelijk meer flexibiliteit en afwegingsruimte moeten bieden. Regels en rigide normen die een integrale weging in de weg staan moeten worden opgeruimd. Om de besluitvorming door gemeenten te vergemakkelijken geeft de raad aanbevelingen voor het gebruik van uniforme begrippen en een vereenvoudiging van de omgang met kwaliteitsnormen. Een belangrijke vraag daarbij is hoe gemeenten straks kunnen besluiten over projecten die een verbetering betekenen van de omgevingskwaliteit, maar die onder de maat scoren op één of enkele (milieu)norm Daartoe pleit de raad voor de invoering van een balansbepaling.

Meer dynamiek in het omgevingsplan

Het bestemmingsplan verdwijnt, daarvoor in de plaats komt het omgevingsplan. Dit nieuwe plan is breder, het bevat ook verordeningen voor het kappen van bomen, het behoud van monumenten, de aanleg van uitritten of de kwaliteit van het grondwater. De raad wil dat het voor gemeenten gemakkelijker wordt om integrale besluiten te nemen. Het omgevingsplan moet daarom minder rigide worden dan het oude bestemmingsplan. Meer flexibiliteit is nodig om met veranderingen in de samenleving en nieuwe wensen van burgers te kunnen omgaan. Belangrijk hierbij is het voorstel van de raad voor zogenaamde planafspraken. De raad heeft zorgen dat straks wordt teruggevallen op de oude manier van werken met bestemmingsplannen, en dat de vernieuwingen onvoldoende tot stand komen. De nadere regels moeten een trendbreuk niet alleen mogelijk maken, maar ook forceren.

Aandacht voor de positie van de burger

Om besluiten sneller en soepeler te kunnen nemen is het voor gemeenten belangrijk om meer maatwerk mogelijk te maken. De regels moeten daarom flexibeler worden. De raad vraagt hierbij aandacht voor de positie van de burger en voor zwakke belangen in de samenleving. De gemeenteraad heeft hier een belangrijke taak. In de wet moeten daartoe alsnog garanties worden opgenomen over burgerparticipatie bij het begin aan een project. Om vroege participatie te stimuleren kan deze worden beloond met een snellere rechtsgang.

Een inspirerende en selectieve nationale omgevingsvisie

De minister heeft de raad aanvullend om advies gevraagd over de nationale omgevingsvisie. De raad is geen voorstander van een allesomvattend en omvangrijk boekwerk. Het is beter die visie te richten op een paar grote opgaven. Aan de hand van vijf criteria ziet de raad vier belangrijke opgaven voor de komende decennia: energietransitie, klimaatadaptatie, verbeteren ruimtelijk-economische structuur en de transformatie van het landelijke gebied. Het Rijk kan deze opgaven niet alleen aanpakken. Daarom is het belangrijk dat andere partijen (burgers, medeoverheden, marktpartijen, maatschappelijke organisaties) worden geïnspireerd om daaraan mee te werken. Dit stelt eisen aan de manier waarop de nota tot stand komt. De raad doet aanbevelingen voor het betrekken van die partijen bij de totstandkoming van de visie. Omdat de opgaven de grenzen van de huidige departementen overschrijden is vroegtijdig afstemming tussen de verschillende departementen nodig.

Tussentijds briefadvies

Op 1 juni 2015 behandelde de Tweede Kamer het ontwerp van de Omgevingswet. Dit was voor de raad aanleiding om een tussentijds briefadvies Stelselherziening omgevingsrecht (pdf 105 Kb) aan de minister van IenM uit te brengen.

Publicatie

Op 3 december 2015 heeft Directeur-generaal Milieu en Internationaal, Chris Kuijpers, van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) namens minister Schultz het advies ontvangen.

Bekijk hier de foto's van de bijeenkomst op 3 december 2015 in Den Haag

Informatie of reactie 

Voor uw reactie op dit onderwerp of voor meer informatie kunt u contact opnemen met het Rli-secretariaat via info@rli.nl